logopedie

Wat is logopedie?

Logopedie richt zich op de mondelinge communicatie. Dit houdt in dat een logopedist hulp biedt op het gebied van stem-, spraak-, taal- en auditieve verwerkingsproblemen. De logopedist kan werkzaam zijn in een ziekenhuis, een eigen praktijk, een verpleeghuis, maar ook in het onderwijs.

Op jonge leeftijd kan al veel gedaan worden aan het voorkomen van problemen op het gebied van de spraak- en/of taalontwikkeling.

Logopedie in het basisonderwijs in Lelystad:

In 1972 werd de eerste logopedist aangesteld voor de basisscholen in Lelystad. Door de sterke groei van Lelystad nam het aantal basisscholen snel toe. Het team van logopedisten werd uitgebreid. Op dit moment is een team van 3 logopedisten in dienst van Stichting SchOOL werkzaam op alle basisscholen.

De werkzaamheden van de logopedist in het basisonderwijs zijn preventief gericht.

Logopedie op school

Op iedere basisschool in Lelystad komt een logopedist. Bij De Lispeltuut is dat Lize Fijn. Zij komt op afspraak op onze school. De logopedist houdt zich bezig met de mondelinge communicatie: taal, spraak, stem, mondgedrag, vloeiendheid, auditieve vaardigheden en gehoor. In het dagelijks leven is communiceren onmisbaar. Een goede spraak- en taalontwikkeling is een belangrijke basis voor het leerproces. Soms verloopt de spraak- en/of taalontwikkeling niet vanzelf. Het opsporen van kinderen met logopedische problemen gebeurt door middel van de logopedische screening. Deze is erop gericht kinderen te selecteren die risico lopen in de verdere spraak- en/of taalontwikkeling en communicatie.

De screening

Alle leerlingen worden door de logopedist op school gescreend in het schooljaar dat ze vijf jaar worden. Ouders krijgen in het begin van het schooljaar een toestemmingsformulier via de leerkracht. Dit formulier moet ingevuld en ondertekend bij de leerkracht ingeleverd worden. Als de logopedist op school is neemt zij kinderen 1 voor 1 mee uit de klas om de screening uit te voeren. De ouders zijn hier niet bij aanwezig. Over de uitslag worden zowel ouders als leerkracht geïnformeerd, per brief of in een persoonlijk gesprek. Wanneer ouders, leerkrachten of anderen twijfelen over het spreken van een leerling, dan kunnen zij de logopedist raadplegen. Als blijkt dat er iets aan de hand is zijn er de volgende mogelijkheden:

      • controle op korte of langere termijn
      • adviezen voor ouders en leerkrachten
      • verwijzing naar logopedist in de vrije vestiging.

Als u contact wilt opnemen met de logopedist dan kunt u dat via de leerkracht van uw kind doen. Meer informatie is te vinden op www.logopedieopscholenlelystad.nl

Kinderboekenweek 2019 flyer.docx

Als logopedisten van Logopedie op Scholen Lelystad willen wij middels nieuwsbrieven de scholen en ouders informeren over diverse logopedische onderwerpen. Dit staat los van de 5-jarigen screening. Het doel hiervan is dat ouders logopedische problemen (eerder) herkennen en hiermee thuis al preventief aan de slag kunnen gaan.

Mondademing - Stilstaan bij je mond

‘Je mond is de hele dag bezig; eten, drinken, praten, zonder woorden iets duidelijk maken, huilen…Je denkt er niet bij na hoe je je mond gebruikt en dat hoeft gelukkig ook niet altijd: meestal gaat het automatisch goed.’

Er bestaan mondgewoonten bij kinderen die problemen kunnen geven. Één van deze mondgewoonten is mondademen. Deze afwijkende mondgewoonte komt vaak voor. Wist u dat mondademen nadelige gevolgen kan hebben voor uw kind? In deze nieuwsbrief willen we u informeren over wat deze mondgewoonte inhoudt en wat er aan gedaan kan worden. Voor de ademhaling kunnen wij gebruik maken van de mond en neus. De mond gebruiken we als we snel en diep moeten ademen, bijvoorbeeld bij het sporten. Maar bij een rustige ademing is de neus het meest geschikt.

Hoe ontstaat mondademing?

Er zijn verschillende mogelijkheden:

      • Moeilijkheden bij het op elkaar houden van de lippen. De bovenlip kan te kort zijn, maar ook door duimzuigen kunnen de boventanden naar voren staan waardoor de bovenlip moeilijk over de tanden gehouden kan worden. De bovenkaak steekt dan (sterk) naar voren.
      • Door een neusverkoudheid is langdurige neusverstopping ontstaan waardoor het moeite kost om door de neus te ademen.
      • De neus kan ook slecht doorgankelijk zijn door bijvoorbeeld een grote neusamandel of een scheef neustussenschot.

Waarom is neusademing beter?

      • De neus bevochtigt en verwarmt de binnenkomende lucht zodanig dat het in onze keel en luchtwegen niet meer prikkelend kan werken. Onze keel droogt daarom ook niet meer uit en zo is er minder kans op heesheid en verkoudheid. Daarnaast vermindert hierdoor de kans op ontstekingen.
      • De neusdoorgang is nauwer dan de monddoorgang. Hierdoor kost het meer inspanning om door de neus te ademen. Er wordt dan meer gebruik gemaakt van de ademhalingsspieren (buikspieren) zodat de lichaamshouding verbetert.
      • Neusademing bevordert de af- en aanvoer van slijm in de neus- en mondholte. Hierdoor kan voorkomen worden dat er langdurige neusverstopping of gehoorproblemen ontstaan.
      • Het reukvermogen wordt bevorderd doordat de adem door de neus gaat en niet door de mond.
      • Neusademing vermindert de kans op kaak- en gebitsafwijkingen doordat de tong niet onderin de mond ligt, maar tegen het gehemelte. Ook heeft het speeksel, dat vrijkomt bij neusademing, een reinigende werking waardoor de kans op gaatjes vermindert.
      • Neusademing activeert de spieren van lippen, tong en wangen waardoor de kans op slissen, onduidelijk spreken of afwijkend slikgedrag kleiner is.

Het aanleren van de neusademing - ‘Open mond? Niet gezond!’

Mondademing is een hardnekkige gewoonte die, alleen door er dagelijks aandacht aan te besteden, afgeleerd kan worden. Het vereist wel motivatie en het kan een aantal weken duren voordat er resultaat zichtbaar is. Let bij het oefenen op de volgende punten:

      • Allereerst moet het eventuele duim-, vinger- of speenzuigen afgeleerd worden.
      • Vervolgens doet u samen met uw kind de onderstaande lipoefeningen om de spieren steviger te maken.
      • Daarna doet u samen met uw kind de onderstaande neusademingsoefeningen.

Lipoefeningen

Deze oefeningen zijn bedoeld om de lipspieren te verstevigen. Doe alle oefeningen 10 keer achter elkaar of houd ze 10 seconden aan. U kunt de oefeningen eventueel samen voor de spiegel doen.

* Zeg de volgende klanken terwijl je heel overdreven je lippen beweegt:

      • poe-pie-poe-pie
      • puu-pee-puu-pee
      • paa-poe-paa-poe
      • paa-poe-paa-poe-pie-poe
      • puu-paa-pee-puu-paa-pee

* Doe een sirene na terwijl je heel overdreven je lippen beweegt:

      • té-tuu-té-tuu
      • taa-toe-taa-toe

* Doe een muisje na terwijl je heel overdreven je lippen beweegt:

      • mie-noe-mie-noe
      • mie-muu-mie-muu

* Kusjes geven in de lucht

* Rondjes blazen op een ruit/spiegel

* Maak een poezensnor; houd een rietje of potlood vast tussen de bovenlip en de neus

* Doe je lippen over je tanden heen

* Doe de bovenlip over de onderlip

* Doe de onderlip over de bovenlip

* Doe een boze hond na en laat je tanden zien

* Doe een knoop aan een touwtje áchter de lippen en vóór je tanden. Trek voorzichtig aan het touwtje. Kunnen de lippen de knoop vasthouden? Dit spelletje kan ook met z’n tweeën: twee knopen aan een touwtje. Wie z’n lippen zijn het sterkst?

* Pak 2 flessen, touw en 2 knopen. Bind een stuk touw met een knoop aan een fles. Doe beide de knoop áchter de lippen en vóór de tanden. Til de fles op. Je kunt de oefening moeilijker maken door steeds iets meer water in de fles te doen. Wie kan dit het langst volhouden en/of wie kan het meeste water met zijn lippen optillen?

Neusademingsoefeningen

Het is belangrijk om voor de oefeningen altijd eerst de neus snuiten; één neusgat dichtdrukken en door het andere gat zachtjes blazen. Houd de lippen daarbij op elkaar.

* Zet een koud spiegeltje onder je neus en blaas lucht door de neus tegen het spiegeltje. Het spiegeltje beslaat nu.

* Ruiken. Houd de lippen losjes op elkaar, ruik en adem dan uit door de neus. Je kunt aan van alles ruiken; bloemen, levensmiddelen etc. Een spelletje: ogen dicht, wat ruik je?

* Adem met korte snufjes in en uit door je neus.

* Nazeggen van woorden en zinnen. Na elk woord of elke zin de lippen 5 seconden stevig op elkaar houden.

      • Tom…. Boem… Een mooie bloem…
      • Pim… Bam … Heb jij een kam?…
      • Tim… Boom … Ik zie een boom…
      • Sim… Bam… Een schaap en een lam…
      • Sam… Bim… Wij gaan naar gym…

* Zeg leuke versjes na of vertel bij (prenten)boeken. Om de beurt een zinnetje bedenken bij een plaatje. Houd de lippen op elkaar als je klaar bent met praten.

* Een liedje neuriën (mmmmmm).

* Houd een spatel, papiertje of een hangertje van een ketting vast tussen de lippen (dus niet tussen je tanden) tijdens bijvoorbeeld: televisie kijken, kleuren, puzzelen of tijdens het voorlezen.

Nog enkele adviezen

      • U kunt het beste iedere dag even oefenen. Niet te lang achter elkaar, maar bijvoorbeeld in het begin 3 keer 1 minuut per dag en dit daarna uitbreiden.
      • Geef de training een vaste plaats in het dagschema, bijvoorbeeld na het avondeten of tandenpoetsen.
      • Als geheugensteuntje kunt u tekeningen of stickers op de spiegel, bij het bed of op de tas plakken.
      • Geef een compliment bij ieder stapje dat bereikt wordt en probeer vol te houden (ook na een verkoudheid)!

Wanneer u vragen heeft na het lezen van deze nieuwsbrief dan kunt u contact met ons opnemen. Veel succes!

De logopedisten van Logopedie op Scholen Lelystad, info@logopedieopscholenlelystad.nl

Duim-, speen- of vingerzuigen (nieuwsbrief logopedie 3-2-2020)

Duimen, speenzuigen of vingerzuigen* komt veel voor bij kinderen. Baby’s hebben vaak een grote behoefte om op iets te zuigen, zoals duim/speen/vinger. Dit kan dan een gewoonte worden. Deze gewoonte kan (na korte of langere tijd) problemen geven, zoals:

    • een onduidelijke uitspraak; de mondspieren worden slap. Hierdoor kan uw kind gaan slissen.
    • een verkeerde kaakvorm of tandstand.
    • verkeerd- of te weinig slikken, waardoor uw kind kan gaan kwijlen.
    • ademen door de mond in plaats van door de neus.

Gebit bij duimen

Gebit bij niet- duimen en na het stoppen van duimen.

Om deze problemen te voorkomen of te verminderen is het goed om het duimen af te leren, liefst vóór het wisselen van de voortanden. Een opmerking van de tandarts of logopedist kan al indruk maken op uw kind. (Daar waar ‘duimzuigen’ staat kunt u ook lezen: ‘speen- of vingerzuigen’.)

Afleren van het duimen

Voor sommige kinderen is het moeilijk om het duimen af te leren. Daarom is het belangrijk om op het goede moment met het afleren van duimen te beginnen.

    • Probeer uw kind te motiveren om te stoppen met het duimzuigen. Het is goed om uit te leggen wat de gevolgen kunnen zijn. Bepaal dan samen wanneer het afleren begint.
    • Kies een rustige periode uit. De tijd rond Sinterklaas of verjaardag is vaak niet zo handig om te starten met het afleren van het duimen.
    • Bekijk samen met uw kind in welke situaties uw kind duimt. Probeer dan samen oefenmomenten op de dag af te spreken, zoals tijdens het voorlezen, televisiekijken of een spelletje. Het afleren van het duimzuigen in bed is het moeilijkst, dat komt als laatste aan de beurt. Als het nog niet lukt om zonder duim in slaap te vallen, haal dan in ieder geval de duim uit de mond als uw kind slaapt en duw de lippen op elkaar. Uw kind gaat dan door de neus ademen in plaats van door de mond.
    • Begin met korte periodes van niet-duimen en maak deze periodes steeds langer. Een kookwekker kan een goed hulpmiddel zijn; zo kan uw kind de tijd overzien.
    • Maak samen met uw kind herinneringstekens (bijvoorbeeld een tekening van een duim). Deze herinneringstekens zet u op plaatsen waar uw kind vaak duimt, bijvoorbeeld bij de televisie, op school of bij het bed.
    • U kunt hulpmiddelen gebruiken, zoals een pleister op de duim, bitex, een (eventueel zelfgemaakte) handpop of vingerpoppetje, handschoen of sok om de hand.
    • Maak samen met uw kind een ‘schatkist’ met voorwerpen die uw kind kan pakken als het overdag wil gaan duimen. In de doos kunt u voorwerpen doen die uw kind leuk vindt, zoals een schuifpuzzel, spelletje, boekje of handpop.
    • Het afleren van duimzuigen kan heel moeilijk zijn voor kinderen. Geef uw kind een complimentje als het (even) lukt. Benoem dit steeds als het gelukt is. U kunt voor elke dag dat het lukt om niet te duimen een sticker plakken of zonnetje tekenen op de kalender. Als het een week gelukt is kunt u samen een andere beloning afpreken. Het bijgevoegde schema kunt u hierbij gebruiken.

Boekentips:

    • Het dekselse geduim van Demi, geschreven door Barbara Bechtold – Dingemans.
    • Karel en zijn duimpje, geschreven door Liesbeth Slegers.