onderwijs

De Lispeltuut is een jenaplanschool. Een school waar we samen werken aan een fijne leef- en werkgemeenschap, waarin kinderen, medewerkers en ouders zich thuis voelen. We onderscheiden vier basisactiviteiten waarin mensen leven en leren; we leren niet alleen door met pen, papier en het hoofd bezig te zijn.

Door met elkaar in gesprek te zijn kunnen we elkaar informeren en elkaar leren begrijpen. Tijdens de gesprekken in de kring worden de plannen gemaakt en wordt voor een deel het werk besproken. Door samen te spelen leren we rekening met elkaar te houden. Ook maken we al spelend iets wat we meegemaakt hebben tot iets van onszelf. Onder werk vallen de instructiemomenten en de blokperioden, waarin kinderen zelfstandig met het werk bezig zijn. Door samen te vieren b.v. in een weekopening of weeksluiting leren we elkaar wat ons hoofd en hart heeft beziggehouden. Deze vier basisactiviteiten wisselen elkaar af. Wij zijn een katholieke school waarin we aandacht besteden aan (bijbel)verhalen, vieren, levensvragen van kinderen, bidden, voorbeeldfiguren en acties voor de medemens. En natuurlijk: normen en waarden, een goede sfeer, een positieve manier van omgaan met elkaar, respect en aandacht voor elkaar.

Hierbij stellen wij het kind voorop. In ons opvoedend bezig zijn en met ons onderwijs, willen we de kinderen begeleiden in hun groei naar volwassenheid, die zich kenmerkt door:

      • een persoonlijke stellingname (mens zijn)
      • sociaal gedrag (medemens zijn)

Wij willen dat onze school een veilige plek voor kinderen, ouders, teamleden; kortom voor iedereen is. Een plek waar we kinderen gedurende 8 jaar intensief volgen, begeleiden en vormen zodat zij een goede basis krijgen voor hun toekomst.

We bedoelen dan de levensbeschouwelijke, intellectuele, creatieve, sociaal-emotionele en lichamelijke ontwikkeling. We willen meehelpen uw kind te laten opgroeien tot een evenwichtig mens. Iemand met aandacht en zorg voor zichzelf, de ander en de omgeving. Dit is ons vertrekpunt bij het omgaan met kinderen en ouders.

Kinderen leren actief mee te denken aan hun rol in onze samenleving en daar ook naar te handelen (actief burgerschap).

De Lispeltuut ligt op de grens van de Landerijen en de Waterwijk. Daarnaast komt nog een aanzienlijk deel van onze leerlingen uit de buitengebieden. Onze populatie is daardoor ook gevarieerd. Op 1 februari 2002 zijn we gestart met 1 leerling en nu uitgegroeid tot een school met 300 leerlingen in 12 groepen. Door een rem op de groei is de hoeveelheid leerlingen relatief constant. Een team van zo’n 20 leraren zorgt voor de dagelijkse begeleiding.

Onze visie en missie:

Naar aanleiding van een enquête over de kernkwaliteiten van het jenaplanonderwijs (JAS) die we allemaal hebben ingevuld over de situatie in onze stamgroep zijn we met elkaar in gesprek gegaan over hoe we het doen en waarom we het zo doen. Wat willen we houden, wat kan beter, wat mag er anders en wat gaan we verbreden/ verdiepen. We hebben hieruit met elkaar een nieuw verbeterplan gemaakt voor de komende 4 jaar en per jaar pakken we er met het team en/of bouw een paar speerpunten uit waar we mee aan de slag gaan. Dit is de link naar de uitkomst van de enquête. Deze uitkomsten zijn ons startpunt geweest. En we zijn gezamenlijk tot de volgende speerpunten gekomen:

      • Kinderen kunnen kiezen uit een rijk aanbod
      • Kinderen vertellen wat ze willen leren
      • Kinderen werken met een eigen weekplan. Dat ze grotendeels zelf maken en invullen.
      • Hoe ziet een goed portfolio eruit?
      • Kinderen stellen samen met de stamgroepleider het portfolio samen.
      • Kinderen leren nieuwsgierig zijn, kritisch denken en onderzoekend leren.
      • Rekenen en taal meer integreren bij projecten (WO)
      • Tijd om te evalueren met individuele kinderen is er niet of te weinig

Onze kerntaak – de missie: goed onderwijs verzorgen aan de kinderen van onze school.

Goed onderwijs betekent voor ons:

      • Ontwikkeling in de volle breedte: levensbeschouwelijke, intellectuele, creatieve, sociaal-emotionele en lichamelijke ontwikkeling.
      • Alle vormen van leren, meervoudige intelligentie, komen aan bod.
      • Kinderen leren goed rekenen, schrijven, lezen en spellen.
      • Kinderen leren met respect om te gaan met anderen en hun omgeving.

Primair proces

Vanuit onze missie en visie werken wij met kinderen in heterogene stamgroepen, waarin steeds drie leerjaren in één groep samen leven en werken. De stamgroep is de plaats waar je als kind samen met de andere kinderen en de stamgroepleider voortdurend leert. En wat is dan leren?

Een kind start in de onderbouw. Als ‘jongste’ leer je van de leerkracht, maar ook van en met je groepsgenoten. Je rol in de stamgroep verandert van jongste naar middelste en oudste. Ieder kind doorloopt deze ontwikkeling. Van het kind dat leert van andere kinderen (‘zo doen wij dat op De Lispeltuut’) word je steeds meer een kind wat aan andere kinderen datzelfde leert.

Aan het eind van de (onder)bouwperiode wordt zorgvuldig bekeken of een kind door kan naar de volgende bouw. Daarbij worden alle aspecten onder de loep genomen: levensbeschouwelijk, intellectueel, creatief, sociaal-emotioneel en lichamelijk. Ouders worden zoveel mogelijk betrokken bij dit proces, vooral als er sprake is / zou kunnen zijn van versnelde of vertraagde doorgang. De eindbeslissing ligt bij de directie.

Deze cyclus van groei, maak je in onze jenaplanschool dus 3x mee: in de onderbouw, in de middenbouw en in de bovenbouw.

De groepsleider heeft vooral de rol van coach en begeleider; wat minder de rol van docent. De groepsleider creëert een pedagogisch klimaat met een rijke leeromgeving. Een leeromgeving waar ontwikkeling mogelijk is, waar kinderen uitgedaagd worden om verder te komen. Waar genoeg gelegenheid is om te experimenteren, te onderzoeken en te ervaren.

Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zorg je, als stamgroepleider, voor voldoende geduld, voldoende begrip en luister je echt naar kinderen? De rol van stamgroepleider is opvoeder, zingever, culturele gids, coach, technicus, vormgever, onderzoeker, verteller, rekenmeester en ….

Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat kennis die je alleen leest matig beklijft (10%). Hoe actiever je eigen rol wordt, hoe beter kennis, ook langere tijd, paraat blijft. Dat is het doel van leren: kennis paraat hebben.

Betekenisvol leren betekent:

          • veel leermomenten bieden waarin zij zelf presenteren / uitleggen aan anderen. Dat gebeurt in nieuwskringen, leeskringen, verslagkringen, … maar ook bij het elkaar helpen.
          • veel leermomenten bieden waarbij kinderen echt kunnen ervaren (excursies, gastlessen, projecten enz.).
          • veel leermomenten bieden waarbij kinderen met elkaar discussiëren (vooral in de kring)

Steeds zoeken we naar meerdere manieren van leren: lezen, horen, zien, discussie, ervaren…, zodat de kennis langer ‘blijft hangen’.

Wereldoriëntatie

In onze jenaplanschool is de wereldoriëntatie een erg belangrijk vormingsgebied. Kinderen leren om te gaan met de natuur om hen heen, de mensen dichtbij en verder weg en met vragen rond de zin van het leven en de wereld. Dat doen ze door vaak de school uit te gaan en omgekeerd, de wereld in de school te halen: mensen en dingen, te luisteren naar verhalen, door zelf waar te nemen en te experimenteren, zelf vragen te stellen en op zoek te gaan naar antwoorden in een documentatiecentrum en bij mensen met kennis en ervaring. De kinderen zijn, kortom, ontdekkend en onderzoekend bezig, vaak in de vorm van projecten. Zodoende wordt de wereld steeds groter en ruimer en leert het kind zelf een mening te vormen. Voor het gehele leerplan van de Lispeltuut geldt dat het voldoet aan wat de wet eist. De eisen zijn omschreven in de zgn. kerndoelen. Er is daarom geen enkele reden om er bang voor te zijn dat het kind niet genoeg leert: ouders stellen daarover nog al eens vragen omdat ze al gauw geneigd zijn te denken dat een andere werkwijze in dit opzicht nadelen oplevert. Het leren op de Lispeltuut gebeurt in een sfeer waarin een kind zich veilig voelt. Het kind krijgt taken die uitdagend zijn en die het aan kan, die het kind voldoende vrijheid laten voor een eigen invulling, maar die tegelijkertijd geen gelegenheid bieden voor vrijblijvend "meedoen".

Op De Lispeltuut werken we niet met een methode voor de zaakvakken, maar projectmatig. Bij het opzetten van een project werken we vanuit (belangrijke uitgangspunten):

SKO-mappen

integratie van zaakvakken

Bij de voorbereiding van een project maken we vaak een woordveld. Dan kunnen we gebruik maken van een aantal vaste aandachtsgebieden. Om te zorgen dat techniek ook binnen projecten voldoende aandacht krijgt, voegen we techniek toe aan het lijstje ‘woordveld’.

De ervaringsgebieden concretiseren wij in thema’s en projecten (bijvoorbeeld: wonen, energie, gezondheid enz.) Dit zijn de ene keer thema’s alleen voor een bouw, maar soms lopen ze ook door de hele school.

We werken gemiddeld ongeveer 4 weken aan een thema. Bij de thema’s en projecten integreren we de diverse vakken. Kinderen komen er op verschillende manieren mee in aanraking en zullen de onderwerpen steeds opnieuw en verschillend ervaren.

Tijdens het werken aan wereldoriëntatie ook vaak de deur uit: excursie. Zodat we de omgeving van het kind erbij betrekken. We proberen dingen van buiten ook naar binnen te halen om in te spelen op de belevingswereld van de kinderen. We zorgen voor voldoende aanschouwelijk materiaal. Dit kan door de leerkrachten worden meegenomen, maar ook hierbij is er voldoende ruimte voor inbreng van kinderen, ook zij kunnen van thuis spullen en materialen meenemen.

In de klas wordt een kijktafel ingericht waar alle spullen verzameld worden en waar ook de gemaakte werkjes worden neergezet. Zo kunnen ouders ook zien wat er gebeurt in de groepen en kunnen kinderen hun ervaringen met het onderwerp vertellen en laten zien.

Er wordt ook gezorgd voor bibliotheekboeken die horen bij het thema zodat er kan worden voorgelezen en kinderen zelf in boeken kunnen gaan kijken. Er wordt voor voldoende afwisseling gezorgd.

Een thema dat door de hele school heen loopt wordt gezamenlijk geopend tijdens de weekopening die meestal wordt verzorgd door de leerkrachten. En we sluiten ze per bouw of met de hele school af.

In de weeksluiting die bijna elke vrijdag is, krijgen kinderen de gelegenheid om aan elkaar te laten zien wat ze in die week hebben gedaan en ervaren m.b.t een bepaald thema. Zo weten kinderen ook van elkaar wat ze beleven en ervaren en ze kunnen hierbij ook weer van elkaar leren.

burgerschap en sociale integratie

Burgerschap en integratie kunnen op verschillende manieren worden bevorderd. In onze manier van werken zit heel veel in die richting. We denken dat we al heel ver op weg zijn. Dat dit terug te vinden is in onze dagelijkse manier van doen. Het is lastig om dat ook aan te tonen. De enige manier is volgens ons: beschrijven van voorbeelden. We zullen de komende jaren beschrijven op welke momenten burgerschap en sociale integratie buitengewoon onder de aandacht kwamen. De sectoren die we specifiek in het oog houden:

      • voorbereiding op de multiculturele samenleving
      • het bevorderen van integratie
      • bevorderen van respect en gelijkwaardigheid
      • een veilig klimaat waarin leerlingen zich geaccepteerd voelen
      • als school het goede voorbeeld geven

Meervoudige Intelligentie

We houden gaan uit van én houden rekening met verschillen tussen leerlingen. Die hebben niet alleen te maken met komaf en cultuur, maar ook met vermogens van kinderen.

We hebben te maken met een brede spreiding aan intelligenties. Wie een leerling aanspreekt op diens sterke profiel van intelligenties, mag verwachten dat de leereffecten aanzienlijk toenemen. Dat betekent bijvoorbeeld dat we niet alleen verbaal uitleg geven, maar ook via beelden, ritmes, schema's en modellen, doe-activiteiten met een hoog motorisch gehalte, samenwerkingsvormen, individuele reflecties en veldonderzoek.

Hetzelfde geldt voor onze leermiddelen. Vanuit de theorie van de meervoudige intelligentie zullen we andere verwerkingsmiddelen van leerstof toevoegen aan ons klassieke repertoire van schriftelijke oefeningen. Dat vraagt ook om een andere inrichting van lokalen en gebouwen.

We zoeken naar een beter evenwicht tussen het aanbod van leerinhouden en de juiste impulsen voor de persoonlijke ontwikkeling van kinderen. De theorie van de meervoudige intelligentie maakt ons bewuster van de uniciteit van elke leerling en diens leerproces. De vele werkvormen en middelen die op grond van deze theorie beschikbaar komen, bieden ons de kans om aan die ontwikkeling nu ook concreet te werken. Die ontwikkeling is dan geen vaag pedagogisch ideaal meer, maar een tastbare realiteit. We trachten in het hele leerproces rekening te houden met de verschillende manieren van leren. Opdrachten zullen een beroep doen op de diverse intelligentiegebieden.

ONZE SITE www.lispeltuut.nl loopt over van mooie praktijkvoorbeelden. Om trots op te zijn.

Jenaplan: 4 basisactiviteiten gesprek, werk, spel, viering

We onderscheiden vier basisactiviteiten waarin mensen leven en leren; we leren niet alleen door met pen, papier en het hoofd bezig te zijn. Door met elkaar in gesprek te zijn, kunnen we elkaar informeren en elkaar leren begrijpen. Tijdens het gesprek in de kring worden de plannen gemaakt en wordt voor een deel het werk besproken. Door samen te spelen, leren we rekening met elkaar te houden. Ook maken we al spelend iets wat we meegemaakt hebben tot iets van onszelf. Onder werk vallen de instructiemomenten en de blokperioden, waarin kinderen zelfstandig met het werk bezig zijn. Door samen te vieren b.v. in een weekopening- of sluiting leren we elkaar wat ons hoofd en hart heeft beziggehouden; we brengen gevoelens op elkaar over. Deze basisactiviteiten wisselen elkaar af. Deze afwisseling is vastgelegd in het ritmisch weekplan.

Een Jenaplanschool is een gemeenschap die kinderen, leraren en ouders omvat. Het onderwijs in de school is gericht op de opvoeding van kinderen en omvat daarom veel meer dan het aanleren van schoolse kennis en vaardigheden als lezen, schrijven en rekenen. Kinderen leren in een Jenaplanschool veel. Ze doen dat door deel te nemen aan de zogenaamde basisactiviteiten: spreken, spelen, werken en vieren. De school gaat er vanuit dat kinderen heel verschillend zijn. Dat wordt niet gezien als hinderlijk, integendeel. Omdat kinderen zo veel van elkaar verschillen kunnen ze veel van elkaar leren. Om die reden worden ze in stamgroepen geplaatst die bestaan uit kinderen van verschillende leeftijden, zoals dat ook in een gezin het geval is.

Elke stamgroep heeft een groepsruimte, een zo huiselijk mogelijke omgeving, die samen met de kinderen ingericht is en beheerd wordt. Zo leren ze verantwoordelijk te zijn voor de ruimte, hun ruimte.

We werken met driejarige stamgroepen. Waarbij de instructie volgens het directe instructiemodel wordt gedaan. We werken vanuit de vier basisactiviteiten vanuit het jenaplan. En dat zie je terug op de volgende manier:

gesprek

          • kring om de dag te openen of een dag af te sluiten
          • een kring om te praten over groeps- en gedragsregels
          • vertelkring, boekenkring, leeskring, kijk- & vertelkring, nieuwskring/krantenkring, verjaardagskring, themakring (leergesprek), versjeskring, poëziekring, instructiekring, filosofeerkring
          • kringactiviteiten: gesprek, discussie, muziek, drama, poppenkast, instructie (wereldoriëntatie, taal, rekenen, expressie, …)

werk

In de onderbouw:

Er wordt thematisch gewerkt. Jaarlijks vast terugkerende thema’s, zoals de seizoenen, religieuze feesten, en een aantal andere thema’s. Deze worden per jaar ingevuld. Deze thema’s worden in de bouw besproken. Er wordt dan besproken wat de mogelijke activiteiten per ontwikkelingsgebied zijn. Hierbij wordt gebruik gemaakt van diverse bronnenboeken. De uitvoering per groep kan verschillend zijn, mede afhankelijk van de inbreng van de kinderen.

In de groep wordt de klas rond het thema ingericht. De thematische activiteiten vinden zowel in de verschillende kringen als in de hoeken plaats. Het kiezen van de activiteiten gebeurt met behulp van een kiesplank, waarop voorwerpen liggen die representatief zijn voor de gekozen activiteit.

Tijdens het werken vinden er momenten van zelfstandig werken plaats, middels momenten van uitgestelde aandacht.

Er zijn verschillende toetsmomenten per jaar; om het half jaar een toetsmoment per kind.

Alle kinderen werkkaarten krijgen aangeboden op hun niveau. Hiermee bevorderen we hun cognitieve ontwikkeling en zelfstandigheid. Alle ontwikkelingsgebieden komen zo aan bod.

onderdelen van het blokuur in de onderbouw:

          • hoekenwerk: luisterhoek, bouwhoek, huishoek, computerhoek, boekenhoek, leesschrijfhoek, constructiehoek, poppenkast, zand- watertafel…
          • oefeningen voor luisteren, spreken en kijken, expressie activiteiten (drama, dans, muziek, tekenen, beeldende vorming)
          • ontwikkelingsmateriaal: puzzels, reken- en taalwerkjes, motorische oefeningen, etc..

In de midden- en bovenbouw:

In de midden- en bovenbouw werken de kinderen met een dag- of weekplanning. Dit zijn schema’s waarin werk van tevoren is vastgelegd.. Kinderen maken dit werk zelfstandig. De dag- of weekplanning is zoveel mogelijk aangepast aan de mogelijkheden van de kinderen; zowel kwantitatief (hoeveel werk) als kwalitatief (moeilijkheid, niveau, gestelde eisen). Kinderen die er aan toe zijn kunnen en mogen ook zelf plannen: wat, wanneer, welke dag…

Op een planning staan alle onderdelen, en wat ze die dag moeten doen. Ook staat vermeld wanneer instructie is gepland. Iedere dag heeft een andere kleur, waarmee de kinderen het gemaakte werk afkleuren. Iedere planning kan er anders uitzien.

Vanaf groep 3 is de planning vooral ingericht als dagplanning, met daarop per dag de verplichte taken. De kinderen kunnen al wel de gehele werkweek overzien. Langzamerhand komen steeds meer taken in de eerste kolom te staan, zodat uiteindelijk de kinderen een weektaak hebben waarop alle taken (verplicht en keuze) staan vermeld, maar het kind zelf kiest wat wanneer wordt gemaakt. Een aantal taken blijft toch gebonden aan een dag; zo wordt bijvoorbeeld het oefenen van spelling (Woordbouw) op meerdere dagen verplicht, zodat het inslijpen van de woorden bevorderd wordt.

Niet alle kinderen kunnen een weekplanning aan. Ook hierin differentiëren we. Sommige kinderen blijven werken volgens een dagplanning en sommige kinderen werken van taak tot taak (taak af, laten zien, na controle volgende taak: veel “aan ’t handje”)

Voordelen van werken met een dag- en weektaak:

        • een kind kiest zelf waar het mee begint
        • als iets af is hoef je niet op anderen te wachten: je kunt door met je volgende taak
        • als iets niet lukt, en je kunt niet meteen hulp krijgen (van je groepsgenoot of de stamgroepleider), kun je verder met een ander taak
        • niveauverschillen tussen kinderen zijn gewoon, daar kijkt niemand van op
        • ben je sterk in één onderdeel, dan kun je daar minder tijd aan besteden èn heb je dus meer tijd voor een onderdeel waar je minder sterk in bent
        • mogelijk om zwakkere leerlingen extra te laten inoefenen, zonder dat ze voelen dat ze niet mee kunnen
        • mogelijk om sterkere leerlingen meer te laten verbreden en verdiepen (soms versnellen) zonder dat zij het gevoel hebben buiten de boot te vallen

Op de dag- en weektaak vind je ook terug:

        • De computer is tijdens het werkuur te gebruiken voor oefeningen, maar ook voor het maken van verhalen en projecten.
        • In de mibo: er is bouwmateriaal waar de kinderen voor kunnen kiezen, zoals blokken en lego.
        • Voor sommige kinderen van groep 5 hebben we al een extra werkmap, waarin taal en rekenoefeningen staan, maar ook puzzels. Dit willen we voor groep 4 in de toekomst doen.

onderdelen van de (meestal dag-) planning in de middenbouw:

        • aanvankelijk lezen: Veilig Leren Lezen (VLL)
        • voortgezet lezen: Borgbieb.
        • begrijpend lezen: VLL (groep 3) en Nieuwsbegrip (groep 4 tm 8), Kidsweek
        • spelling: Woordbouw, Spelling in Beeld
        • overige taalvaardigheden: Zin in Taal (kaartsysteem) twee keer per week. En daarnaast uit het schrijven van verschillende soorten verhalen, zoals een sprookje, een beschrijving maken, een brief schrijven etc. Instructies worden zo mogelijk geclusterd.
        • Pico Piccolo: taal en w.o.-oefeningen
        • schrijven: Pennenstreken wordt gebruikt als werkschrift.
        • projecten (de kalender, plattegrond, windstreken, Nederland, het alfabet, geschiedenis en het eigen onderwerp)
        • werken met de computer
        • sommige kinderen hebben een extra map met daarin onder andere, rekenen, spelling en w.o.

onderdelen van de (meestal week-) planning in de bovenbouw:

        • voortgezet lezen: niveauleesboeken
        • begrijpend lezen: Nieuwsbegrip en Kidsweek
        • spelling: Woordbouw en zelfgemaakte spellingkaarten afgestemd op spellingcategorieën gr. 6, gr. 7, gr. 8
        • overige taalvaardigheden: Pico Piccolo, Taaltoppers, creatief taalopdrachten
        • boekjes met woordrijen, gespreksstof en werkbladen (Sterrenwerk) gekoppeld aan projecten door het jaar heen.
        • schrijven: Pennenstreken
        • projecten: vele soorten opdrachten
        • werken met de computer: Internet (zoekprogramma’s, kennisnet, Alles Telt, zie vooral ook www.lispeltuut.nl als start.), Engels, tekstverwerking (creatief taal, eigen onderwerp, woordbouw, woordpakket e.d.), projectwerk (b.v. Bosatlas), www.bloon.nl, Rekentuin, Taalzee
        • Engels: Just do it! Songmachine, Hello You, stencilmateriaal in map met eigen ontwikkeling, Pico Piccolo, internet (als bron voor stencilmateriaal)

spel

onderbouw:

        • dramalessen, danslessen, yoga
        • tussendoor spelletjes: gezelligheid, samenwerking, concentratie, geheugenspel.
        • minimaal 1x per week spel in de speelzaal, bij slecht weer dagelijks
        • of bij mooi weer buiten. Dit spel is soms begeleid en vaak vrij.
        • sportdag met de hele school (1 keer per jaar)
        • in de verschillende hoeken komt spel regelmatig terug (huishoek)

middenbouw:

        • drama, een keer per week
        • tussendoor spelletjes: gezelligheid, samenwerking, concentratie, geheugenspel.
        • gym (2 x in de week; methode: ‘Basislessen bewegingsonderwijs’)
        • sportdag met de hele school (1 keer per jaar)

bovenbouw:

        • drama, een keer per week
        • tussendoor spelletjes: gezelligheid, samenwerking, concentratie, geheugenspel.
        • gym (2 x in de week; methode: ‘Basislessen bewegingsonderwijs’)
        • sportdag met de hele school (1 keer per jaar)

viering

In de kring, tijdens het werk, bij spel en in de vieringen wordt aandacht besteed aan creatieve vorming. Passend bij een project of in losse activiteiten. Als een natuurlijk onderdeel van het leren. Bij de voorbereiding van projecten krijgt creatieve vorming speciale aandacht.

t.a.v. naburige rechten: We gebruiken muziek op allerlei momenten. dat is altijd met een educatief doel:

        • tijdens de kring en spel: zingen, dansen, klappen, ritme, maat, toon,hard-zacht enz..
        • tijdens het werk (in bijzonder) projecten: culturen van hier en daar, toen en nu
        • tijdens vieringen: muziek als begeleiding en welke muziek kun je gebruiken om je te amuseren.
        • muziek op allerlei momenten om te ontspannen.